Het park

De bank
getooid met liefdesperikelen
gekerfd op zonnige dagen

Nu als toonbank
Voor de eenzaamheid
zij
tuurt naar het onverwachtse
bezeten naar contact

Rug gebogen
ellebogen rustend
op gekruiste benen

Haar haren wijzen de wind
verweven met rook
uit haar mond

De peuk wordt gedoofd
met stampende voeten
ze is het beu
het alledaagse