Avond,
de draperie schuift strak dicht
over het hemelgewelf,
indigo gekleurd
donkerend naar agaatzwart.
Als een speldenkussen gepriemd
in formatie gebracht
door lichtpuntjes
van ver vervlogen lichtjaren.
De bron achter het zwarte doek
is de aorta van het zijn
waarachter het liefelijkste licht straalt.