Kameleon

Ik kroop langs haar dijen
tot het navelappeltje
florerend in een dal,
in de nabijheid
een bosje
speels meegevend.

Tepelhofjes
hemelshoog op engelenrondingen
touwtjesspringend
op gehijg.

Als koudbloedig beest
nam ik haar warmte
passioneel vervlochten
in een opgewonden serenade
van haar hart.

Als kameleon vermomd
kleuren versmolten
rozig getint
glimmend
in een zweetbad der liefde.

Roosdonkere lippen
sappig gezwollen
haar levensadem
geurend naar vanille
stuwend als lava
naar de krater van genot.

Pegelen